Storm

In april vorig jaar kreeg ik een mail van een maffe mevrouw uit Spanje, die me voorspelde dat in augustus 2011 heel Nederland onder water zou lopen. Je probeert er geen aandacht aan te besteden, je gezonde verstand te gebruiken, maar het maakt je toch ongemakkelijk. Stiekum heb ik m’n adem ingehouden, in augustus.

Een paar jaar geleden maakte Al Gore mij al niet blij met zijn documentaire “An inconvenient Truth”, waarin je, als gevolg van de opwarming van de aarde, op een animatie Nederland langzaam maar zeker onder water zag lopen. Gauw nog even gekeken of mijn stadje ook onder zou komen te staan: gelukkig niet. Als het stormt bekruipt me altijd een gevoel van onbehagen. Ik weet het: de dijkgraven hebben goed gereageerd op het hoge water en de harde wind. Bij Noorderzijlvest hebben ze 21 miljoen kubieke meter gespuit in de Waddenzee. Dat is een rij tankauto’s van 7000 kilometer. De wind is gaan liggen, de dijken hebben het gehouden.

Maar toch moet ik altijd terugdenken aan 1953. Ik was nog maar een klein meisje. De storm ging te keer, zoiets heb ik later nooit meer meegemaakt. Ook die van 1989 stond in geen enkele verhouding.

Had het toen misschien met de tijd te maken? Er waren maar weinig mensen met telefoon. Er was alleen maar radio. We zaten met z’n allen aan het toestel gekluisterd, want wat er nu in Nederland gebeurde was  verschrikkelijk. Je hoorde eerst over dode paarden die in het water dreven in Zeeland. Toen over dode mensen. Over hele families die op daken zaten, wanhopig gevlucht voor het water. “Ik ga er heen!” riep m’n vader.
“Om wat te doen?” vroeg m’n moeder die altijd ietsje praktischer was. “Ik ga ze helpen!”
 
Hij leende een paar lieslaarzen van een buurman die vaak viste, vulde dertig zakken met zand en reed met z’n busje naar Zeeland.
Omdat het maar bleef stormen stonden mijn moeder, m’n zusje en ik doodsangsten uit. Ik droomde een paar keer dat mijn vader verdronk in een kolkende rivier en ik vroeg me af waarom hij vreemde mensen ging redden en ons alleen liet. Na een paar dagen kwam m’n vader teleurgesteld terug. Met de lieslaarzen en de zandzakken. Hij mocht er niet in.
 
“Ze hadden het gebied helemaal afgegrendeld,” zei hij kwaad. ”Ik kon niets doen.” Eindelijk was de dreiging voorbij. Toen kregen we een telefoontje uit Amsterdam. Mijn 3-jarig nichtje wilde het raam op de derde verdieping dichtdoen omdat het zo waaide. Door de kracht van de wind werd ze naar buiten geslingerd en overleed ze op de stoep voor het huis aan de Weesperstraat. Mijn oom, die net vier jaar in een kamp had gezeten en nu de geboorte van zijn dochtertje als beloning van God zag, is er eigenlijk nooit meer bovenop gekomen. 
 
Het is dus eigenlijk helemaal niet zo raar dat ik storm als iets angstigs en bedreigends zie. Ongeveer zoals in vissersplaatsen als Urk, Scheveningen en Volendam, waar “storm “altijd “dood” betekende. Stuur me dus maar geen nieuwe voorspelling, mevrouw uit Spanje, zonder dat is het al erg genoeg.
 
Bron afbeelding: Shutterstock

Reacties

Beste Catherine, Wat naar om te lezen over uw 3-jarig nichtje, overleden aan de Weesperstraat ( een straat waarin ik ook nog gewoond heb) U schrijft: "Als het stormt bekruipt me altijd een gevoel van onbehagen". Dit echter heb ik niet. Wel lees ik, behaaglijk in bed gelegen, niet al te vrolijke boeken: B.v. "HhhH"Himmlers hersens heten Heydrich" van Laurent Binet. Of van Arthur van Schendel: "Een Hollandsch drama". Eigenlijk is het gehele leven een storm; zelfs als het windstil is. vriendelijke groet/ marius van rheenen

Reactie plaatsen

Image CAPTCHA
Voer de code van de bovenstaande afbeelding in.