All you need is Love...

Muziek raakt mij diep in mijn hart. Of het nu een mooi liefdesliedje, een groot orkestraal werk of een fanfare in de straat is: ik kan er zomaar tranen van in mijn ogen krijgen. Ik liep op een vroege morgen in februari door Amsterdam op weg naar een afspraak.

Andere artikelen door Margriet Bordes (Schrijfster)

Ik zou om half 8 met iemand gaan ontbijten. Ik had mijn oortjes in waaruit "gouwe ouwe" van The Beatles klonken en liep zacht neuriënd langs de grachten die er in koud helder weer, roerloos bij lagen. De stad was nog niet klaar om wakker te worden. Er was nog nauwelijks verkeer en ik genoot van dit rustige moment en van de schoonheid van de stad. Ik werd getroffen door het vroege licht dat een eerste lentegloed over het water liet glijden. Gecombineerd met mijn favoriete muziek in mijn oren voelde ik mij het gelukkigste mens op aarde.

Tot het liedje "Yesterday" werd verstoord door een ijselijke kreet. Ik schrok en was in eerste instantie boos dat iemand mij mijn mooie moment afnam. Kan dat nou niet wat rustiger? dacht ik bij mijzelf terwijl ik mijn ene oordopje uit mijn oor trok om goed te kunnen horen waar de gil vandaan was gekomen.

Ik keek naar de overkant van de gracht. Het leek wel of ik in één klap in een andere wereld kwam. Ik zag een gezin midden op straat staan. Geheel in het zwart gekleed. Een vader in een lange zwarte jas, een zwarte hoed, donkere pijpenkrullen die er onder vandaan kwamen. Een vrouw, in klassieke donkere kleren en met halflang zwart haar dat gezicht maar half liet zien. Drie kleine kinderen, zo gekleed alsof ze net van Engelse kostschool kwamen. Hun silhouetten schitterden in waterige het licht, het leek wel een afbeelding uit de bijbel. Even stond het beeld van het Joodse gezin stil. Toen kwam, in een flits de moeder in beweging. En met haar de rest van het gezin. Ze renden naar de overkant van de straat en riepen dingen in een taal waar ik geen touw aan vast kon knopen. Ik volgde hen met mijn blik, nieuwsgierig geworden wat deze commotie veroorzaakte.

Ik zag wat er was gebeurd. Op de straat lag een klein meisje, ondersteboven gereden door een fietser. Ze greep haar knie die behoorlijk bloedde. Ze was vast de jongste uit het gezin. Ze huilde en keek angstig op naar haar familie. De moeder was het eerste bij haar, keek naar het bloed en riep iets in een onverstaanbare taal naar haar man. Die stond er een beetje ongelukkig bij alsof hij niet goed wist wat hij met de woorden van zijn vrouw moest doen. De fietser, een grote blonde jongen, was door de botsing ook op de grond gevallen en zat verdwaasd om zich heen te kijken. De vader sprak hem luid toe, maar toen hij inzag dat de jongen er niets van begreep wendde hij zich tot zijn kleine dochtertje. Hij boog zich voorover, aaide haar gezichtje en fluisterde troostende klanken. De moeder en de andere kinderen stonden er om heen.

De situatie leek er één uit een film die onverwacht gestopt was. Iedereen was als versteend. De moeder met haar kinderen rechtop, de fietser, de vader en het gewonde kindje op de grond. Iedereen wachtte op wat komen zou.

Er ging een deur open. Een grote dikke vrouw in een grijs lang habijt en een gekleurde hoofddoek om, kwam met een klein koffertje de straat opgehold. Luid roepend in een andere, eveneens onbegrijpelijke, taal knielde zij bij het kindje neer. De, naar ik veronderstelde, Islamitische dame opende koffertje waar verband spullen in bleken te zitten en pakte kordaat jodium, verband en een schaar. Ze praatte tegen het meisje, die haar met grote ogen aankeek en van schrik was gestopt met huilen. De vreemde vrouw legde de knie recht en glimlachte tegen het meisje. Ze zei iets dat niemand begreep. Maar ze handelde. Ze maakte de wond schoon, ze voelde rondom de knie. Ze verbond het been en gebaarde het meisje te gaan staan. Ze omsloot haar kleine handje met haar enorme vingers en liep een paar pasjes met haar over de straat, in haar eigen vreemde taal, waarschijnlijk vragend of het lopen goed ging. Na een paar pasjes glimlachte het meisje, het leed leek te zijn geleden.

Iedereen ontspande, de fietser stapte, verlegen met de situatie op zijn fiets en reed een beetje beschaamd groetend weg. De Islamitische vrouw met de kleurige hoofddoek liep met het kleine meisje naar de Joodse vader met zijn pijpenkrullen,. Zij gaf hem het kleine handje in de zijne.

In dat ene kleine ogenblik ontmoetten twee werelden elkaar.
De Joodse en de Islamitische. De Joodse man twijfelde een moment en greep toen de hand van de grote vrouw. Hij schudde die heen en weer om haar te bedanken voor het goeds dat zij geboden had. De man gebaarde zijn vrouw en kinderen hetzelfde te doen. Iedereen stond lachend om de vrouw in haar lange grijze gewaad heen, duidelijk opgelucht dat de botsing zo goed was afgelopen.

De grote vrouw wilde haar koffertje pakken en haar huis weer in gaan. Maar het gewonde meisje hield haar tegen, greep haar hand en ging op haar teentjes staan. Ze trok de grote vrouw naar beneden zodat hun hoofden vlak bij elkaar kwamen. Het kleine meisje gaf de grote vrouw een kus op haar wang. Met een grote glimlach liep de vrouw naar haar huis en sloot de deur achter zich. Het joodse gezin keek haar na en liep toen weg in het schitterende ochtendlicht.

Ik bleef achter, ontroerd door wat ik zojuist had mogen aanschouwen. Zo kon het dus zijn, twee verschillende geloven, verschillende mensen en achtergronden, maar zo één in de zorg om een kind.  Zo werd een verscheidenheid een eenheid.

Ik voelde tranen in mijn ogen prikken, maar deed snel mijn oortjes in als afleiding. Ik pakte de muziek weer op, maar kon een traantje nauwelijks bedwingen toen ik de Beatles hoorden zingen: "all you need is love......"

Reactie plaatsen

Image CAPTCHA
Voer de code van de bovenstaande afbeelding in.