Ik ga kapot aan deze relatie, maar ik kan hem niet loslaten

Het verhaal van Julia, 28 jaar, heeft een knipperlichtrelatie met Daan, 36 jaar.

‘Ik begrijp het niet,’ zegt Julia. Als hij geen relatie met mij wil, waarom zoekt hij dan toch steeds contact? Daardoor ontstaat bij mij weer hoop en dan duwt hij me van zich af. Ik claim hem teveel, zegt hij. Hij wil de vrijheid hebben om dingen alleen te doen, met zijn vrienden en met vriendinnen. Ik vind dat moeilijk, want wie ben ik dan in zijn leven? Zo’n gewone vraag vindt hij claimen.

Hij houdt van mij, zegt hij en hij heeft niks meer met die andere vrouwen, tenminste geen seks, maar hij ziet niet in waarom hij de vriendschap zou moeten verbreken omdat ik dat wil. Hij vindt het belangrijk om met al zijn ex-vriendinnen een goede relatie te houden. Volgens hem is het heel goed mogelijk om vrienden te blijven en hoef ik me niet druk te maken want hij heeft immers niet voor deze vrouwen gekozen. Maar is het dan echt zo gek dat ik het moeilijk vind als hij met een ex-vriendin maar de film gaat of bij haar gaat eten of een dag naar Antwerpen? Mijn vriendinnen zeggen dat ze daar ook moeite mee zouden hebben. Als je een relatie hebt dan wil je dat soort dingen toch samen doen? Zoveel tijd hebben wij niet samen en als je dan een deel van die tijd ook nog voor jezelf nodig hebt, wordt het wel erg moeilijk.

Ik vraag me de laatste tijd dus steeds vaker af wat ik voor hem beteken. Hij kan me daar geen duidelijk antwoord op geven. ‘We hebben het toch leuk samen’, zegt hij. Hij is graag bij mij. Ik vind dat geen antwoord. Want als dat zo is, waarom spreekt hij dan altijd alleen met zijn vrienden af, waarom houdt hij dat zo strikt gescheiden? En waarom wil hij niet samen wonen. In het begin van onze relatie leek het alsof hij ook niets liever wilde dan samen verder en waren we bijna voortdurend bij elkaar, maar daarna begon hij dat benauwend te vinden. Dat lag aan mij, volgens hem. Omdat ik wilde weten hoe laat hij thuis was en waar hij heen ging als hij de deur uit ging, of ik vroeg wie hij gezien had als hij weer thuis kwam. Dat soort heel normale vragen, daar kon hij niet tegen. Maar als je niets te verbergen hebt dan kun je dat toch gewoon vertellen.

Als je daar moeilijk over doet dan is het toch logisch dat ik onzeker word. Wij krijgen daar ruzie over. Ik begrijp niet waarom hij zo veranderd is. In het begin was hij heel anders. We praatten over alles samen. Wij hebben allebei niet zo’n leuke jeugd gehad. Zijn ouders zijn gescheiden na een heleboel ellende. Mijn moeder had heel veel last van stemmingen. Als ik thuis kwam, wist ik nooit wat ik daar zou aantreffen. Soms ging het wat beter en was ze aanspreekbaar, maar er waren ook tijden dat ze nauwelijks haar bed uitkwam. Mijn vader kon daar niet mee omgaan en vluchtte het huis uit naar zijn werk, dus mijn jongere zusje en ik moesten ons maar zien te redden. Ze heeft verschillende keren een zelfmoordpoging gedaan met pillen. Dan moest ze weer een tijd opgenomen worden en waren wij bij mijn tante. Ik vond het daar fijn, maar tegelijk voelde ik me daar ook weer schuldig over.

In het verhaal van Daan herkende ik heel veel. Het voelde zo vertrouwd meteen vanaf het begin. Ik zag hem op een feest en ik dacht: ’Dat is de man met wie ik mijn leven ga delen.’ Achteraf zei hij dat hij net zo’n gevoel had. We zijn de hele avond met elkaar blijven praten en dansen en hij is met mij mee naar huis gegaan en twee maanden gebleven. Ik was zo gelukkig en hij ook dacht ik. Daarna kwamen er geleidelijk aan spanningen. Het begon eigenlijk toen ik zei: ’Als je toch altijd hier bent, kun je misschien jouw flat net zo goed opzeggen.’ Dat wilde hij niet, ik begreep niet goed waarom. Na dat gesprek werd het anders. Hij deed minder aardig, ging steeds vaker alleen weg. Daar kregen we dan ruzie over.Uiteindelijk heeft hij zijn spullen meegenomen en is hij weer in zijn eigen flat gaan wonen. Sindsdien is het voor mij onduidelijk wat wij hebben samen. Ik probeer afstand te nemen, ook op advies van mijn vriendinnen, die zien dat ik hier kapot aan ga, maar dan belt hij weer dat hij me wil zien en gaan we ook weer met elkaar naar bed. Dus kennelijk kan hij ook niet zonder mij, maar ik mag verder niets van hem verwachten.’

Het verhaal van Daan
‘Ik wil haar geen valse hoop geven,’ zegt Daan. Ik heb tegen haar gezegd: ‘Als jij wil trouwen en kinderen wil hebben, dan moet je iemand anders zoeken.’ Ik sluit niet uit dat ik dat ooit nog een keer wil, maar die kans is niet zo groot. Ik zie de noodzaak niet om kinderen op de wereld te zetten. Het feit dat Julia al zo snel begon te praten over samenwonen en een soort  een gezinnetje wilde spelen is voor mij aanleiding geweest om haar duidelijk te maken dat ik daar niet aan toe ben. Het leek even alsof ze begreep dat het mij allemaal wat snel ging, maar naarmate ik wat meer mijn eigen dingen ging doen begon zij steeds meer van mij te eisen.

Waar ik vooral moeite mee heb is met haar jaloezie. Ik moet voortdurend verantwoording afleggen over waar ik heen ga en met wie. Ik zie niet in dat je alle contacten met vrienden zou moeten verbreken zodra je een relatie hebt. Ik heb dat nooit gedaan en ik vraag het van Julia ook niet. Ik hoef niet al haar vriendinnen te ontmoeten. Ik vind het juist goed dat zij naast de dingen die wij samen doen ook haar eigen activiteiten heeft. Zij wil mij juist overal in betrekken en wil bij alles in mijn leven betrokken worden. Volgens haar is dat normaal als je van elkaar houdt. Ik zie dat niet voor me. Als ik naar een vriendin ga met wie ik al jarenlang een keer per week samen kook, dan vind ik het vreemd als ik dan ineens Julia zou meenemen omdat wij een relatie hebben. We zitten niet aan elkaar vast geklonken. Zo vind ik het ook niet leuk om met haar naar de sportschool te gaan in plaats van met de vriendin met wie ik dat al jarenlang doe. Julia vindt dat ik haar dan buiten sluit en dat kwetst haar. Maar ik vind het juist kwetsend voor mijn vrienden als ik vanwege mijn relatie met haar de mensen zou laten vallen met wie ik al jaren omga.

Door dat alles is mij duidelijk geworden dat ik niet zo’n relatie met Julia wil. Niet op haar manier en niet op dit moment en ik weet niet of dat in de toekomst verandert. Zij vraagt zekerheid van mij, maar die kan ik haar niet geven. Ik geef heel veel om Julia en ik vind het leuk om elkaar regelmatig te zien. Als zij dat niet wil of niet kan, omdat ze meer van me verwacht dan moet ze dat zeggen. Dan zal ik haar met rust laten. Maar de keren dat ze tegen me gezegd heeft dat ze zo niet verder wil, is zij degene geweest die toch weer contact gezocht heeft. Vervolgens verwijt ze mij dat ik daar op in ga en haar hoop geef, maar dat vind ik de zaken omdraaien. Ik ben duidelijk geweest. Dus als zij mij belt om een afsprak te maken en ik zeg daar ja op, dan betekent dat niet dat ik van gedachten veranderd ben over de relatie. Ik vind het goed zoals het nu is tussen ons. Ik mis haar als ik haar een tijdje niet zie, maar op dit moment wil ik niet meer. Dit is wat ik haar te bieden heb. Misschien verandert dat ooit, maar ik kan dat niet garanderen.

We zien wel. Ik zie om me heen voortdurend relaties stuk lopen en ik weet van mezelf dat ik het moeilijk vind om voortdurend samen te zijn met iemand. Ik heb ruimte nodig en ik weet niet of het voor Julia mogelijk is om me die te geven. Ze heeft me gevraagd om een keer mee te gaan naar u en ik heb dat uiteraard voor haar willen doen, maar ik geloof niet dat wij relatietherapie nodig hebben. Ik denk dat Julia  therapie voor zichzelf nodig heeft. Zij is te afhankelijk vanuit een heel grote onzekerheid die ongetwijfeld te maken heeft met haar jeugd. Ze wil voortdurend bevestiging dat ik van haar houd en dat zij de enige is. Maar ik kan die onzekerheid bij haar niet wegnemen.’

De therapie

Het is altijd moeilijk om een oordeel te vormen over een relatie op grond van het verhaal van een van beide partners. Daarom helpt het erg dat Daan meegekomen is. Door beide verhalen te combineren wordt het patroon duidelijk. Daan en Julia hebben beiden een probleem met hechting en versterken dat probleem bij elkaar. Ieder mens heeft de behoefte om zich te hechten aan anderen. Bij paren waarbij die hechting goed verloopt, verandert verliefdheid in liefde. Partners voelen zich veilig en vertrouwd bij elkaar, kunnen zichzelf zijn in de relatie en kunnen praten over wat ze voelen en denken zonder angst dat de ander hen daardoor zal afwijzen. Of het lukt om een veilige hechtingsrelatie aan te gaan hangt voor een deel samen met de bagage die je wat dit betreft hebt meegekregen van het gezin waarin je bent opgegroeid. De partner die je daarna uitzoekt heeft ook invloed. Hij kan genezend werken, omdat hij je veiligheid biedt of je juist angstig en onzeker maken omdat hij zich afwijzend opstelt. Tenslotte heeft hechtingsstijl voor een klein stukje met aanleg te maken.

Sommige mensen zijn kwetsbaarder dan anderen en zullen zich eerder onveilig voelen. Bij Julia en Daan komen een aantal factoren samen. Beiden zijn ze opgegroeid in onveilige gezinnen met ouders die hun handen vol hadden aan zichzelf. Ze hebben daar echter verschillend op gereageerd. Julia heeft een afhankelijke hechtingsstijl ontwikkeld. Omdat haar moeder er meestal niet voor haar kon zijn en omdat haar vader dat niet kon opvangen heeft ze het idee gekregen dat zij niet de moeite waard is. Immers in haar kinderlijke geest heeft zich het idee vastgezet dat haar moeder haar niet belangrijk genoeg vond om voor te blijven leven. Vanuit haar verlangen naar liefde en veiligheid klampt ze zich vast aan Daan, die het benauwd krijgt van haar afhankelijkheid en jaloezie. Hij trekt zich dan ook terug. De angst die Julia toch al heeft dat zij niet de moeite waard is en dat mensen haar in de steek zullen laten, wordt daardoor nog eens bevestigd.

Daan is opgegroeid in een gezin waarin beide ouders andere relaties hadden en uiteindelijk na veel strijd uit elkaar zijn gegaan. Daan en zijn zusje werden gesplitst. Daan ging met zijn vader mee, zijn zusje met zijn moeder. Beiden moesten ze na het uiteenvallen van het gezin onmiddellijk wennen aan de nieuwe partner van hun ouders, die ook na hun scheiding nog vijandig met elkaar in de weer bleven. De hechtingsstijl van Daan is vermijdend. Hij heeft geleerd om mensen en al hun ingewikkelde emoties niet te dicht op zijn huid te laten komen Hij wil of durft zich niet goed te binden.

Er zijn twee typen mensen die zich moeilijk hechten in een relatie: mensen die dat eigenlijk wel heel graag willen, maar niet goed durven uit angst om uiteindelijk toch weer verlaten of afgewezen te worden. Die mensen hebben moeite om anderen te vertrouwen en houden daarom afstand. In relaties kunnen ze vaak moeilijk beslissen om een volgende stap te nemen en zich echt te binden. Vaak ontstaat er een patroon van aantrekken en afstoten. Daarnaast zijn er mensen die het risico helemaal niet meer nemen en alleen kortdurende relaties aangaan, waarin ze  zich niet echt bloot geven. De laatste groep hecht veel waarde aan zijn onafhankelijkheid en wil dus geen binding, terwijl de eerste groep wel wil maar niet durft.

Ik krijg niet de gelegenheid om samen met Daan en Julia uit te zoeken wat bij Daan het geval is. Hij ziet immers niks in therapie. Julia vervolgt de therapie wel en kiest er uiteindelijk met veel moeite en verdriet voor om de relatie met Daan te verbreken omdat hij haar niet kan bieden wat ze nodig heeft in een relatie. In dit geval lijkt het me een positieve uitkomst, althans voor haar, dat deze relatie niet gered kon worden.


Bron afbeelding: psychologytoday.com

Reactie plaatsen

Image CAPTCHA
Voer de code van de bovenstaande afbeelding in.