Samen

Ik ben bezig met het schrijven van een nieuw boek en omdat de gedachten door mijn hoofd tolden, moest ik even afstand nemen en zocht ik rust in het nabije museum. Daar was net een nieuwe tentoonstelling geopend van Amerikaanse schilders die Nederland rond 1890 op het doek hebben afgebeeld. Veel blauwe luchten, klompen en blozende wangen.

Andere artikelen door Margriet Bordes (Schrijfster)

In de ogen van de overzeese kunstenaars waren wij een nijver volkje dat zich blij en tevreden van de dagelijkse taken leek te kwijten. Ik keek met verwondering naar de blozende koppies die lachend op het land werkten. Ze, of misschien moet ik zeggen, wij hadden kennelijk veel plezier in het leven. Ondanks het feit dat we na het werk op het land nog hard aan de slag moesten om het eten op tafel te krijgen, kleren te wassen en de dieren te verzorgen. Volgens de schilders dorsten we de volgende dag weer opgewekt het graan, maakten we de stoepen onkruid vrij en gingen blij ter kerke.

Hoewel de vrolijke plaatjes een glimlach bij mij teweeg brachten, raakte ik er ook door in verwarring. Wat was er met ons gebeurd sinds de tijd van vooruitgang? Zijn we blijer geworden van de magnetron, de wasmachine, de tv en internet? Gaan we nog steeds met rode wangen van plezier ‘s morgens de trein in? Zien we de tevredenheid van ons afspatten als we in de file zitten? We kennen allemaal het antwoord. Ik vrees dat als de Amerikanen ons nu zouden schilderen het canvas er een stuk minder vrolijk uit zou zien.

Ergens is er dus iets fout gegaan. Ik ging er maar eens even bij zitten. Ik zat op een bank midden in de museumzaal te peinzen over het verschil van het arbeidsvolle leven van toen en nu. Er kwam een klein meisje naast me zitten. Ze keek onafgebroken naar de hoek van de zaal, waar een drieluik hing. Een donker paneel van een streng kijkende moeder, een even zo donker middenpaneel waar de moeder met haar dochter aan het werk was en het rechter paneel dat de dochter in bijna zwart neerzette. Het enige schilderij van de hele tentoonstelling in donkere tinten. Somberheid troef was mijn oordeel. Een vreemde eend in de bijt van de verder zo vrolijke kleuren.

“Niet het beste van de hele serie hè?” fluisterde ik naar het meisje, in de veronderstelling dat ze het helemaal met me eens was dat het drieluik niet in de vrolijke serie thuis hoorde. “Ik vind het prachtig,” antwoordde ze zacht. Ze kon denk ik de verbazing van mijn gezicht aflezen want ze vervolgde: “Ik vind het juist het mooiste schilderij, van dat meisje , zo samen met haar moeder. Ze boft maar.” Zo stil als ze naast me was komen zitten, zo stil verliet ze de zaal. Ik keek haar na en zag dat ze iemand zocht. Een jong oosters meisje wenkte haar en hielp haar in haar jas. Een au pair, dacht ik. Dat meisje is hier met haar oppas.

Ineens voelde ik diep in mij waarom de schilderijen mij door elkaar hadden geschud. Het lag besloten in de simpele woorden van het meisje. Samen met haar moeder. Ze boft maar. Ik kreeg de rillingen, het wijze meisje had de vinger op de essentie van het leven gelegd. Ze begreep dat aandacht, tijd voor elkaar en echt contact misschien wel het belangrijkste is om je in het leven gelukkig te voelen.

En daar zitten we dan. Omringd door alle mogelijke communicatiemiddelen vergeten we waar het werkelijk om gaat: echt contact met onze dierbaren, samen praten en dingen doen. Ik kreeg heimwee naar mijn jeugd waar ik, thuis gekomen van school, een kopje thee met mijn moeder dronk en mijn verhalen kwijt kon. Een moment van rust en onverdeelde aandacht. Ik besefte nu, zoveel jaren later, hoe ik daarmee had geboft. Hoeveel kinderen zou dat dagelijks geluk nu nog gegeven zijn in deze hectische tijden vol van stress, gesjees en werkdruk?

Ik keek het meisje na. Als ik voor het nieuwe jaar een wens zou mogen doen, zou ik iedereen aandacht wensen, belangstelling voor wat een ieder beweegt. Ik zou het meisje tijd met haar moeder toewensen, een kop thee met een mariabiscuitje aan de keukentafel.

Mijn telefoon trilde in mijn zak. Ik keek op het scherm: mijn zoon, bijna volwassen, bijna het huis uit. Hij was op weg van school naar huis. Of ik thuis was? “Bijna”, antwoordde ik, “ik ben bijna thuis.”  Een half uurtje later zaten we aan de thee met biscuit met dank aan het meisje. Het wijze, arme meisje.

Bron afbeelding: Margriet Bordes

Reacties

Wat een mooi, waar, melancholiek en ook wel verdrietig verhaal, mevrouw Bordes. Zoals bij u thuis vroeger, was het ook bij mij (thuis vroeger), precies zo!! Toen ik moeder was, met jonge opgroeiende kinderen, had ik ook een meisje om op de kinderen te passen. Ik stuur dit verhaal door naar mijn eigen dochter, die onder deze situatie enorm GELEDEN heeft, beweerde zij altijd heftig en geemotioneerd. Ik protesteerde dan altijd, voelde me aangevallen, beledigd zelfs. Gelukkig zijn haar omstandigheden dusdanig, dat zij er aLTİJD IS, als haar dochter, mijn allerliefste kleindochter Ruby uit school komt. Ik denk overigens NIET hoor, dat onze moeders, wij als moeders, de generatie van mijn dochter, die moeder is het beter/slechter deed, gedaan heeft. Het ligt aan de *tijd* waarin iemand leeft, leefde, denk ik nu. Hartelijk bedankt en veel succes met uw boek(en) schrijven: van Dr. Willy Holmes-Spoelder, wonend in Zuid-Turkije. P.S. Pure luxe, om eventjes te kunnen bijkomen in b.v. Het Rijksmuseum, een tentoonstelling bezoekend, als je er niet woont, heen kan. WHS

Reactie plaatsen

Image CAPTCHA
Voer de code van de bovenstaande afbeelding in.