Vrouwenspreekuur: Jeuk en uitstrijkjes

Een week uit het spreekuur leven van een gynaecoloog. Welke vragen worden er gesteld, welke problemen doen zich voor ? Hieronder antwoord op enkele vragen van patiënten die tijdens een gynaecologisch spreekuur gesteld worden.

“Ik ben onlangs bij de gynaecoloog geweest in verband met vaginale jeukklachten en die stelde de diagnose “Lichen sclerosus”. Ik heb niet helemaal goed begrepen wat dit nu is. Heeft u hier meer informatie over?”

Lichen sclerosus is een huidaandoening die met name wordt gezien bij vrouwen van middelbare leeftijd maar kan worden aangetoond op alle leeftijden. Hierbij ontstaan er glanzende witte plekken op de huid met name in de genitale omgeving. De huid voelt vaster en strakker aan en met name jeukklachten in de schaamstreek staan hierbij op de voorgrond. Bij vergevorderde afwijkingen kan het vaginale gebied duidelijk nauwer worden met daarbij klachten bij het plassen of tijdens gemeenschap. Het beloop van de aandoening is sterk wisselend. De behandeling is met name gericht op vermindering van de klachten en soms verdwijnt de aandoening spontaan. Operaties worden alleen uitgevoerd als de schaamlippen dusdanig met elkaar verkleefd zijn dat bijvoorbeeld de plasbuis bekneld raakt. De afwijking kan definitief worden bevestigd door een klein huidbiopt af te laten nemen door de gynaecoloog of dermatoloog. Voor alle huidafwijkingen in de schaamstreek (vulva) geldt dat patiënten zich pas laat bij een arts met hun klacht melden. Als vervolgens de arts dan ook de afwijking niet direct herkend of een biopt verricht geeft ook dit vaak weer vertraging in de behandeling. Veel ziekenhuizen bundelen daarom tegenwoordig de kennis van dermatologen (huidartsen) en gynaecologen binnen zogenaamde “vulvapoli’s”. Het voordeel van deze benadering is dat snel en vanuit meerdere specialisaties de klacht van de vulva in kaart kan worden gebracht en een behandelplan kan worden opgesteld. De meest voorkomende klachten die we zien op dit soort vulvapoli’s zijn jeuk, branderig of schrijnend gevoel, pijn of irritatie.

 

“Ik ben door de huisarts verwezen naar de gynaecoloog omdat mijn uitstrijkje “niet goed is". Ik ben vreselijk bang dat er iets ernstigs aan de hand is, is deze angst terecht?”

In Nederland wordt bij alle vrouwen tussen de 30 en 60 jaar in het kader van de vroege opsporing van baarmoederhalskanker elke 5 jaar een uitstrijkje gemaakt. Hierbij worden met een borsteltje wat celletjes van de baarmoedermond afgenomen. Deze worden op het laboratorium beoordeeld. Er bestaan 2 soorten uitslagen van het uitstijkje: de PAP-uitslag en de KOPAC. Hierbij wordt aan de 2 verschillende soorten  cellen die de baarmoedermond bekleden een getal toegekend afhankelijk van de gevonden afwijking. De PAP-uitslag loopt van 1 (normaal) tot 5 (sterk afwijkend). De KOPAC uitslag geeft voor elke letter een cijfer tussen 0 en 9. De uitslag dat een uitstrijkje niet goed is betekent vaak een schok bij bijna alle vrouwen. De angst voor baarmoederhalskanker is (hoewel invoelbaar) bijna altijd onnodig. Een afwijkende uitslag betekent zeker niet altijd dat er iets ernstigs aan de hand is. Als er op basis van de uitstrijk besloten wordt tot vervolgonderzoek zal de gynaecoloog meestal eerst met een microscoop naar de baarmoedermond kijken (colposcopie). Als er hierbij sprake is van een verdenking op een voorstadium van baarmoederhalskanker kan dit ofwel eerst door middel van een klein weefselonderzoek (biopt) worden bevestigd of direct besloten worden tot behandeling. Hierbij wordt dan meer weefsel verwijderd veelal met een metalen lisje (lis-excisie). Na de uitslag van dit weefselonderzoek bespreekt de gynaecoloog een schema van vervolg uitstrijkjes met u. Momenteel vindt er veel onderzoek plaats naar de self-sampling tests. Hierbij kunnen patiënten zelf een uitstrijkje maken. Het blijkt namelijk dat zelfs in Nederland veel vrouwen ondanks het grote belang hiervan toch geen gehoor geven aan een oproep van het bevolkingsonderzoek. Mogelijk dat de opkomst met deze self-sampling technieken kan worden verhoogd.

Reacties

ik heb in september een uitstrijkje gehad omdat ik gesteriliseerd werd, dit was tijdens mijn menstruatie, uitslag was goed. Na mijn sterilisatie blijf ik last houden van duidelijk voelbare eierstokpijn, vlgs ha is dat mijn eisprong,ookal is dit dagelijks, nu omdat ik 30 werd weer een uitstrijkje deze was wat minder nml onrustige cellen, over 6 mnd terug, nu krijg ik ook steeds contactbloedingen, heeft dit nu allemal verband samen of is het allemaal toeval? Zou het kunnen dat het eerste uitstrijkje eigenlijk al niet goed was omdat mijn ha zei dit eigenlijk niet tjdens de menstruatie gedaan hoort te worden vanwege een onduidelijke uitslag? Ik probeer niet in paniek te raken maar het is wel erg verwarrend zo!

Reactie plaatsen

Image CAPTCHA
Voer de code van de bovenstaande afbeelding in.