Schrijf u vandaag nog in voor onze gratis nieuwsbrief met elke week een nieuw thema!
E-mail Catherine.nl en wellicht wordt ook úw vraag, suggestie of inzending op Catherine.nl geplaatst!
Menstruatiestoornissen (cyclusstoornissen)

Een van de meest voorkomende klachten waarmee patiënten zich bij de huisarts of gynaecoloog melden zijn problemen met of rondom de menstruatie (cyclusklachten). In de komende columns zal ik eerst iets over de normale menstruele cyclus uitleggen met de normale werking van de vrouwelijke geslachtsorganen.
Vervolgens zullen in de volgende columns enkele van de meest voorkomende cyclusstoornissen en behandelingsmogelijkheden worden beschreven. Iedere bijdrage zal er een deel worden toegevoegd aan de bespreking van dit onderwerp, zodat aan het eind van de reeks een overzicht wordt verkregen van de verschillende cyclusstoornissen.
Komende columns:
- Deel 1: Normale anatomie en werking van de vrouwelijke geslachtsorganen en menstruele cyclus
- Deel 2: Overmatig vloeien (“stolsels”)
- Deel 3: Onregelmatig vloeien (“cyclus is zoek”)
- Deel 4: Bloedverlies na de gemeenschap (“postcoitaal bleodverlies”)
- Deel 5: Uitblijven van de menstruatie
- Deel 6: Klachten tijdens menstruatie (hoofdpijn, buikpijn)
Deel 1: de normale anatomie en werking van de vrouwelijke geslachtsorganen en menstruele cyclus.
Een normale baarmoeder (uterus) heeft de vorm en grootte van een peer. Aan de brede bovenkant monden twee eileiders (tubae) in de baarmoeder uit. Deze dunne, soepele buisjes, die 8 tot 10 cm lang zijn, beginnen bij de baarmoeder en eindigen bij de eierstokken. Normale eierstokken (ovaria) zijn ongeveer 3 cm groot. Baarmoeder, eileiders en eierstokken liggen niet los in de buik, maar zitten met bindweefselbanden onder in het bekken vast. De baarmoeder is aan de binnenkant (baarmoederholte) bekleed met slijmvlies dat onder invloed van hormonen maandelijks via de baarmoedermond en schede (vagina) wordt afgestoten (de menstruatie).


De eierstokken maken hormonen die elke maand het baarmoederslijmvlies opbouwen. De hormonen dragen ook bij tot het zin hebben in vrijen (libido) en tot het stevig en soepel houden van de schede. Elke maand komt er bij de eisprong een eicel uit één van de eierstokken vrij. De eileiders hebben een transportfunctie. Zaadcellen komen via de schede en de baarmoeder door de eileiders naar de eierstok toe. Als een eisprong heeft plaatsgevonden is bevruchting mogelijk.
Een bevruchte eicel wordt door de eileider naar de baarmoeder vervoerd. Een niet bevruchte eicel lost vanzelf op.
De menstruele cyclus (video)
Oestrogenen die door de eierstokken (ovaria) worden geproduceerd zorgen er voor dat elke cyclus (maand) het baarmoeder-slijmvlies weer opnieuw wordt opgebouwd.
Na de eisprong (ovulatie), dus als er een rijp eitje vrij komt, wordt er progesteron gemaakt. Progesteron zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies de juiste structuur krijgt, d.w.z. goed doorbloed wordt zodat het klaar is om het bevruchte eitje te ontvangen. Vindt er geen bevruchting plaats dan zal het eitje zich niet innestelen en houden de eierstokken op met het maken van progesteron. Hierdoor wordt het baarmoederslijmvlies niet langer “onderhouden” en zal het afgestoten worden: de menstruatie. De menstruatie is dus niets anders dan het afstoten van baarmoederslijmvlies met bloed indien er geen bevruchting plaats heeft gevonden.

