Catherine interviewt Ahmed Aboutaleb

Catherine verzorgt een serie unieke interviews voor het tijdschrift gezondNU. Op Catherine.nl elke week een gedeelte uit deze speciale reeks! Deze week deel 4 van het interview met Ahmed Aboutaleb, nu in de gezondNU in de winkel! Kijk ook onder het artikel voor een leuke actie met korting rondom gezondNU!

Catherine interviewt

Wie: Ahmed Aboutaleb, burgemeester
Waar: Cruiseschip SS Rotterdam, Rotterdam
Waarover spraken zij: Aanbellen bij wildvreemden, law en order en de omgedraaide gezagsverhoudingen in sommige Marokkaanse gezinnen.
Opvallend: Soms is het nodig even je tanden te laten zien. Via de voorlichter ving Catherine bot toen ze Aboutaleb wilde interviewen. Na enig verbaal kabaal kwam er alsnog een interview.


Eenentwintig jaar geleden kwam er een verlegen jongeman de kamer van de eindredacteur van de Ontbijtshow van RTL-Veronique, Catherine Keyl, binnen. Hij had wel eens wat reportages voor AT5 gemaakt en wilde nu carrière maken door bij RTL te beginnen. De jongeman was uit Marokko afkomstig. We hebben het over Ahmed Aboutaleb, tegenwoordig burgemeester van Rotterdam. Een gesprek tussen de vroegere chef en de tegenwoordige.

De zon schijnt stralend over de Rotterdamse haven. Omdat het de vorige dagen stroomde van de regen, mogen we echt van geluk spreken. We hebben afgesproken op de SS Rotterdam, een prachtig cruiseschip dat tegenwoordig niet meer vaart maar hotel-restaurant geworden is.
 
Ik moet denken aan het laatste interview dat ik met hem had, zo’n zes jaar geleden. Hij vertelde me toen hoe hij als 16-jarige in Nederland aankwam. Hij sprak geen woord Nederlands, kwam uit een klein bergdorp in Marokko, Beni Sidel. Z’n vader werkte in de bar van het Europahotel in Den Haag, z’n moeder maakte schoon. Ahmed moest de weg naar zijn ouderlijk huis op een papiertje tekenen, anders kwam hij niet meer terug.
 
Nu komt er een zwarte limousine met chauffeur voorrijden en springt de burgemeester eruit, vergezeld van zijn voorlichter. 
“Hey Ahmed,“ lach ik blij, “Wat ben ik trots op je!”
Ik vertel hem het verhaal dat de uitvoerend producent en ik, na een jaar werken met hem, tegen elkaar zeiden dat we Ahmed nog wel eens minister-president zagen worden.
Hij glimlacht bescheiden.
 
“Op school was er ook een leraar die tegen me zei dat ik geschikt was voor de politiek. Ik had er toen zelf nooit aan gedacht. Mensen die je stimuleren zijn ongelooflijk belangrijk voor je leven. Zonder hem was het misschien allemaal anders gegaan.”
Ik herinner me van vroeger dat Ahmed nooit over z’n privéleven praatte, en ook nu moet ik weer elk woord eruit trekken. Hij is getrouwd met Khaddouj en heeft vier kinderen, in zeer uiteenlopende leeftijden. Z’n dochter is 24, maar hij heeft er ook een van 16 en van 5, zoon Nadir is 22.

We horen niet zo veel van je vrouw, he?
“Ja, dan moet je in Rotterdam wonen. Ze is juist heel actief, met de Leuvenhavenconcerten, met recepties, ze doet van alles. Een tijdje geleden heeft ze de reddingsboot gedoopt die later in actie moest komen om de opvarenden van een omgeslagen schip te redden, waarbij twee doden te betreuren waren. Ze was daar heel erg door geëmotioneerd.”
 
Zoals je weet gaat dit gesprek over gezondheid. Nu bedacht ik, dat omdat je moslim bent, je natuurlijk een paar keer per dag moet bidden. Dat is zeker je enige lichaamsbeweging, grinnik ik.
“Nee, nee, bidden doe ik alleen thuis! Ik probeer op het Stadhuis altijd de trappen te nemen. En ik loop alles in het centrum van de stad. Maar fietsen is eigenlijk m’n hobby, ik hou ervan lange afstanden te fietsen. Maar ja ik zit te veel, daar heb je wel een punt.”
 
Op zich al geweldig dat je gewoon weer door de stad kunt lopen. Toen met Theo van Gogh in Amsterdam had je permanente bewaking, dat is dus gelukkig niet meer nodig.  Wat doe je verder voor je gezondheid?
“We eten thuis alles vers, ik snack niet, ik rook niet en ik drink geen alcohol. Elke week haal ik 5 kilo fruit voor het gezin.”
 
Agnes Jongerius doet Pilatus op woensdagmorgen en ze zei tegen mij dat zelfs de minister geen afspraak krijgt op die tijd.
“Als burgemeester kun je dat niet maken. Je bent vaak en overal gewenst. Ik heb me echt voorgenomen om op vrijdagavond te gaan sporten. Ik wandel veel door de stad. Met een pet op en in een jack loop ik over straat en bel bij willekeurige mensen aan. Om te vragen hoe het gaat in de stad.”
 
Dat geloof ik niet, ga je dan gewoon bij wildvreemde mensen langs?
“Ja, en dan krijg ik  heel belangrijke informatie. Ik ben laatst ook met een hoofdofficier van justitie en een wijkagent in de nacht een onverlicht park in gegaan. Waarom is daar eigenlijk geen verlichting, vroeg ik en niemand wist het. Nu is het er wel, klein ding misschien, maar voor de burgers maakt het een groot verschil. Vorig jaar hadden we in een bepaalde wijk last van drugsrunners. Ik heb toen gezegd: daar gaan we een einde aan maken. Gisteren was dat een jaar geleden, er zijn geen drugsrunners meer. Fascinerend om te zien...”
 
En die drugsrunners zitten nu in andere wijken?
“Om te beginnen hebben we er 65 opgepakt. Dertien hebben een persoonlijke brief van mij gekregen: we weten dat je dealt en we houden je in de gaten. Vorige week was ik op een bijeenkomst. Een jongen blijft de hele avond in mijn buurt. Ik loop naar m’n auto en hij zegt: ‘Ik ben een van die dertien. Toen ik uw brief kreeg, schaamde ik me dood. Ik ben ermee gestopt.’ Wat mij betreft kan er geen law en order genoeg zijn.”
 
Dat akkefietje bij Hoek van Holland was toen je net burgemeester was. Wat deed dat met je?
“Dat is me niet in m’n koude kleren gaan zitten. Je wordt burgemeester en je denkt: over een jaar ben ik goed ingewerkt. En dan gebeurt er zo iets. Ik maakte me vooral druk om de agenten die daar hun werk moesten doen en natuurlijk om de ouders van het dodelijke slachtoffer. “
 
Heb je met deze drukke baan wel tijd voor je familie?
“Ik probeer eens in de week m’n ouders te bezoeken. Eenvoudige migranten die hun hele leven keihard hebben gewerkt. Mijn vader had altijd twee banen, m’n moeder werkte ook. Ze zijn nu gepensioneerd, maar ze hebben niet genoeg geld om van te leven. De kinderen moeten hen echt steunen. Ik ben er een van zeven, m’n oudste zusje is altijd in Marokko gebleven, dus in Nederland ben ik de oudste.”
 
Zegt de positie in het gezin iets over hoe je wordt gevormd?
“Ja, als oudste heb ik wel altijd enorm verantwoordelijkheidsgevoel gehad. Mijn ouders spreken slecht Nederlands en ik moest en moet hen dus met van alles helpen.”

Het grote probleem bij de Marokkanen in Nederland is dat  de ouders vaak geen zicht hebben op wat de kinderen doen. Waarom is dat bij jou wel goed gegaan?
“Dat ouders soms geen zicht hebben op de kinderen is niet verwonderlijk. In veel van die gezinnen zijn de gezagsverhoudingen omgedraaid. En de afhankelijkheidsrelatie is ook omgedraaid. Kinderen zijn niet meer afhankelijk van hun ouders, maar die ouders wel van de kinderen. Ze moeten mee naar het ziekenhuis, naar de onderwijzer. Najib Amhali heeft daar een goed voorbeeld van. Een vader is opgeroepen voor rapportbespreking. De docent zegt: ‘Uw zoon is brutaal.’ Vraagt de vader aan de zoon: ‘Wat is brutaal?’ De zoon: ‘Hij zegt: ik doe het goed.’ ‘Prima jongen,’ zegt de vader, ‘doe maar lekker brutaal.’

Je kunt er om lachen, maar het is natuurlijk een belangrijk probleem. Ouders hebben vaak ook een te laag verwachtingspatroon. In het Marokkaans is er een uitdrukking die zegt: Wij zijn arbeiders en we vinden het niet erg als onze kinderen ook arbeider worden. Mensen hebben vaak te lage verwachtingen. Helaas soms ook de onderwijzers. Als kind ga je je daarnaar gedragen.

Afgelopen zondag was ik bij jongeren die naar de weekendschool gaan, een school voor kinderen uit gezinnen die het moeilijk hebben. Vrijwilligers geven die kinderen extra lessen. Vooral om ze kennis te laten maken met allerlei beroepen die ze vanuit huis niet kennen. Hier vertelde ik wat armoe met mij gedaan heeft. Dat ik het eerste jaar in de winter hier zonder jas geleefd heb. Dat de ijsbloemen bij ons thuis op de ruiten stonden van de kou, omdat er niet genoeg geld was voor verwarming van het hele huis. En dat het zo belangrijk is dat je mensen om je heen uitzoekt die positief zijn, die je verder kunnen helpen. Als je buurman toevallig drugshandelaar is, moet je daar misschien niet mee om gaan. Je maakt zelf keuzes. Maar het is wel belangrijk dat er mensen zijn die in je geloven.”

We gaan naar buiten, om de burgemeester te laten fotograferen onder de Nederlandse driekleur op het dek.

“Hoor je de geluiden van de stad,” vraagt hij me trots. En ik hoor het typisch Rotterdamse hei-geluid, het razen van het verkeer, het klotsen van de Maas tegen de kade, het rinkelen van de tram.

‘Weet je,” zegt hij, “Als ik hier zo sta, denk ik dat het een film is. Ik kan het bijna niet geloven, ik, burgemeester van Rotterdam!”


Tekst: Catherine Keyl
Fotografie: Timo Sorber

Reactie plaatsen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam te voorkomen.
Image CAPTCHA
Voer de code van de bovenstaande afbeelding in.