Vroeger was hij gewoon arts. Maar sinds een paar jaar is dr. Frank een nationale bekendheid vanwege zijn dieet. Wie is dr. Frank eigenlijk, wat beweegt hem en hoe ziet hij de toekomst van onze gezondheid? Catherine Keyl reisde af naar het verre oosten des lands en sprak met de dieetgoeroe.
Er zijn plekken in Nederland waarvan je niet wist dat ze bestonden. Dr. Frank woont op zo’n plek, op de grens met Duitsland. Een alleenstaand huis met heel veel groen, kippen, een plantenkas en een beekje. Ik zie een beetje tegen het interview op, want dr. Frank van Berkum heeft door de telefoon aangekondigd tegenvragen te gaan stellen. “Zoals?”, informeer ik ongerust. “Ik wil je buikomvang weten,” zegt hij, “die is bepalend voor je toekomstige gezondheid.” Pff, ik kijk daar helemaal niet naar uit.
De Van Berkums zijn net terug van een reis, dus Penny, de vrouw van dr. Frank, heeft zelf niet iets lekkers kunnen bakken. “Excuses daarvoor, wij zijn heel gastvrij in Twente.” Geeft niet, we beginnen het gesprek met een lekker kopje thee.
Wat is eigenlijk je motivatie om zo’n boek te schrijven?
“Vijftig procent van de Nederlanders is te dik. Overgewicht leidt tot ziekten, waar ik als arts dagelijks mee te maken heb. Afvallen levert dus heel veel gezondheidswinst op, daarmee wil ik een bijdrage leveren aan de gezondheid van Nederland. Wist je dat er al 900.000 mannen boven de honderd kilo zijn en 800.000 vrouwen boven de negentig? Dat kan gewoon niet zo doorgaan. Het aantal patiënten met suikerziekte dreigt te verdubbelen in tien jaar. Denk je dat onze gezondheidszorg dat aankan? Ik weet zeker van niet!”
Op dat moment wordt er een schaal met enorme mokkapunten onder m’n neus geschoven. “Sorry, ze zijn gekocht”, zegt Penny. Maar ik schiet in een onbedaarlijke lach, want daar zit ik iemand te interviewen over afslanken en ik krijg de grootste mokkapunt ooit onder mijn neus!
“Ik eet dit echt nooit”, zeg ik en pak de punt gretig van de schaal. “Héérlijk!” “Ik ben gebaat bij veel patiënten, haha”, grijnst dr. Frank. “Luister, je hebt een heel eind gereden, we vinden het gezellig dat je er bent en dat willen we dan zo laten merken. Dat moet toch af en toe kunnen?”
“Maar ik kom een kilo aan van zo’n kreng”, kreun ik.
“Onzin, dat kan wetmatig gewoon niet,” corrigeert de dokter, “elk pondje gaat door het mondje, maar van vijftig gram mokkapunt kun je nooit een kilo aankomen.”
Het is wel heel moeilijk om zoiets lekkers te weigeren.
“Ja, dat is het. Kijk naar vroeger. Op school zagen wij jongetjes eruit als spijkers. Wij kregen geen tussendoortjes, dat is één, en dus hadden we ook niet te maken met sociaal wenselijk gedrag. Want twéé: jij eet dit nu omdat je weet dat we het speciaal voor je kochten, dan is het niet beleefd om het te laten staan.”
“Ik zeg vaak tegen mijn patiënten: Begin nou eens met die tussendoortjes weg te laten. Weet je wat ze dan zeggen? ‘Daar heb ik recht op.’”
“Het is me in de loop der jaren duidelijk geworden dat ons brein in het hele afval- verhaal eigenlijk veel belangrijker is dan gedacht: het stuurt ons gedrag aan, maar ook onze verzadigings- en hongergevoelens. Als je heel snel eet, komt het verzadigings- signaal te laat. Dan heb je het al binnen voordat je brein kan denken: O ja, nu heb ik genoeg gegeten. Stress blijkt een veel grotere invloed op ons eetgedrag te hebben dan aanvankelijk werd vermoed. En wat dacht je van slaapstoornissen: kinderen maar ook volwassenen die te weinig slapen, hebben meer kans op overgewicht.”
Ik lees met veel plezier je columns. Maar soms word ik er ook gek van: dacht ik net dat tomaten goed waren tegen prostaatkanker, zeg jij weer dat het niet wetenschappelijk bewezen is dat tomaten echt werken, maar dat tomaten wel lekker zijn.
“Zo gaat dat in de wetenschap, er verschijnt een publicatie met fantastische resultaten en iedereen gaat aan de tomaat, en na enkele jaren lees je dan vervolgonderzoeken waarin dat mooie resultaat niet wordt bevestigd. Ik kan over zulke onderzoeken een boek vullen. Ik vind het prachtig om fabeltjes en tegelwijsheden uit dieetland te ontzenuwen. Ik schrijf zes tot acht uur aan zo’n column, maar ik besteed er ook zeker vijf uur research aan. Elke zin die ik schrijf, wil ik ondersteunen met wetenschappelijk bewijs.”
Is dat omdat ik ergens las dat een arts die voor De Telegraaf schrijft eigenlijk net zoiets is als een pastoor in een bordeel?
“Weet je, ik heb bewust voor De Telegraaf gekozen. Daar zit mijn publiek, ik bereik er miljoenen mensen mee.”
Was misschien de Vereniging tegen de Kwakzalverij ook zo fel tegen je, omdat het ‘not done’ is als arts om voor die krant te schrijven?
“De beweegredenen van deze vereniging zijn mij volstrekt onduidelijk. Ik ben zo teleurgesteld in die oud-collega’s van de VtdK. Ik ben bijna dertig jaar lid geweest van de KNMG (de vakbond voor artsen - redactie). Maar ik heb mijn lidmaatschap opgezegd, omdat sommige leden van de VtdK zich oneerlijk gedragen.” “Ik vind dat leden van de KNMG de waarheid moeten spreken en niet elkaar in het openbaar valselijk moeten beschuldigen. Gelukkig ben ik ‘vrijgesproken’ op alle fronten, maar waar komt dat onfatsoenlijke gedrag van die mensen toch vandaan?”
Ik had het idee dat jouw dieet nogal op het Atkins-dieet lijkt. Ik vond het nou niet echt nieuw.
“Er zijn wel grote verschillen. Neem nu de eiwitten, wij weten sinds enkele jaren dat eiwitten verzadigend werken. Ook weten we dat onverzadigde vetten gezonder zijn dan we vroeger dachten, dus niet alle vetten zijn slecht. Mensen met overgewicht en suikerziekte moeten zo min mogelijk snelle suikers gebruiken, daarmee bedoel ik tafelsuiker en glucose. De belangrijkste boodschap is: als je gezonder leeft, kan misschien wel tot vijftig procent van de hartinfarcten en tachtig procent van de kankers voorkomen worden. Dat doe je door minder en gezonder te eten, meer te bewegen, op te passen met zout en alcohol en niet te roken. Om die boodschap gaat het.”
“Wat ik mezelf kwalijk neem, is dat ik na twintig jaar pas door heb dat preventie veel belangrijker is dan alle pillen, potjes en operaties. Ik heb net als veel andere artsen gedacht dat mijn grootste bijdrage aan je gezondheid werd bereikt met pillen en insuline. Nu weet ik wel beter. Je moet gezonder gaan leven, afvallen en meer bewegen, dat werkt echt het best.”
Maar met rood vlees gaat het net als met tomaten; jaren geleden at je, als je even geld had, magere biefstuk, want dat was gezond. Nu is het kankerverwekkend. Wat moet je nu als consument?
“Er wordt natuurlijk steeds meer ontdekt. Tomaten zijn niet ongezond, maar ze genezen je prostaat niet. Wat rood vlees betreft, de kans op kanker door het rode vlees betreft niet de dierlijke vetten, maar andere stoffen, zoals een ijzerverbinding in vlees, waarvan men vermoedt dat er een verband is met kanker. Overigens blijft het een feit dat te veel vetten en suikers leiden tot een hoop nare dingen in je lichaam.”
En is die lichaamsbeweging nou echt nodig?
“Het is erg belangrijk dat je beweegt: 10.000 stappen per dag is prima.” (Als ik dit interview maak, denk ik: Jaja, ik heb heus genoeg lichaamsbeweging, maar als ik bij m’n dagelijkse wandelingetje mijn stappen tel, zit ik op krap duizend stappen. Jammer.)
gezondNU schrijft veel over gezond en natuurlijk eten. Dus liever echte vruchtensap dan lightcola. Mee eens?
“Dat hangt er maar helemaal van af. Voor je vitamine C hoef je geen vruchtensap te drinken, daaraan zie ik nooit een tekort in mijn praktijk. Als het vruchtendranken zijn met veel toegevoegde suikers, zoals fructose (dat wordt vaak toegevoegd om ze te conserveren of zoeter te maken), dan kun je beter colalight drinken, daar zitten minder calorieën in. Je moet niet vergeten: suiker en zout zijn de goedkoopste conserveringsmiddelen. We eten ook veel te veel zout, elf gram per persoon per dag, terwijl twee gram voldoende is en zes gram het maximum is dat wordt geadviseerd. In soepen zit bijvoorbeeld veel zout en dan doen ze er weer zoet in om de smaak op te peppen.”
Plotseling: “O, kijk nou eens!” Een grote roofvogel daalt neer op het grasveld en stijgt weer op met een veldmuis in z’n snavel.
Ik heb nog een andere vraag. Ik houd niet van chips, maar als ik toch een handje neem, moet ik altijd meer. Hoe komt dat?
“Daar heb ik net een interessant artikel over gelezen. Chips en aardappelen zijn notoire dikmakers. Ze hebben in de VS ontdekt dat het vet in chips je beloningshormoon aanspreekt, daardoor blijf je als het ware door snaaien. Volgens dat artikel word je daarom van chips en aardappelen dik en van noten, fruit en groente niet.”
Genoeg gepraat, want ook de kippen moeten gevoerd en de tomaten gediefd. We lopen door een dromerige tuin langs een beek naar het kasje met tomaten. “Niks zo relaxed als tomaten kweken”, zegt de dokter tevreden. “De eerste tomaat is altijd voor Penny. Die geeft niks om gouden ringen of zo. Mooie combinatie hè, je vrouw romantisch de eerste tomaat geven en er zelf goed van ontstressen.”
“Dat is ook iets waar ik te weinig aandacht aan heb besteed in mijn praktijk: de invloed van stress. Ik heb niet in de gaten gehad hoe dat ook een oorzaak voor over-eten kan zijn.”
Wat doe je zelf om te ontspannen?
“Of ik zit op de motormaaier of ik ben bezig in de plantenkas met het opbinden en verzorgen van mijn tomaten, dat is een soort yoga voor mij.”
Als ik bijna in de auto stap om terug te rijden naar het westen, komt Penny me achterna: “Wil je geen verse eitjes? Ze zijn van vandaag!”
En ik, als stadse, bedank haar hartelijk. Het zal waarschijnlijk de eerste keer zijn dat ik zulke verse eieren eet. En, gelukkig, de dokter is vergeten de vraag over de buikomvang te stellen. Nu kan ik tenminste met een gerust hart naar huis rijden.
4x Dr. Frank van Berkum
Wat is je gezondste gewoonte?
“Matigheid en ik sport twee keer per week op een hometrainer in het ziekenhuis.”
Wat is je ongezondste gewoonte?
“ik laat me makkelijk overhalen.”
Hoe ontspan je?
“Bezig zijn in de plantenkas met het opbinden en verzorgen van tomaten, dat is een soort yoga.”
Diëten?
“Ik vind het prachtig om fabeltjes uit dieetland te ontzenuwen.”
Lezers van Catherine.nl kunnen nu heel voordelig kennismaken met dit boeiende tijdschrift: 4 nummers gezondNU voor maar € 9,-

(dit proefabonnement stopt automatisch).
Tekst: Catherine Keyl
Fotografie: Timo Sorber
Reactie plaatsen